Home Demograaf Complete Le Compte Blueskaai Luchtlijnen SchipbreukElenoortje Cemp Waar is mijn gitaar? Co÷rdinaten


Complete Le Compte


Tussentijdse evaluatie

Mijn ‘claim to fame’?
‘De zee’, een liedje van Will Tura waarvoor ik de tekst schreef en dat, sedert het verscheen in 1985, hoewel het nooit een hitsingle was, op steeds nieuwe compilaties, live-cd’s en -dvd’s etc. belandt,  in piano-only-uitvoering of met symfonisch orkest, met als één van de hoogtepunten de vertolking van Eimear Quinn, Eurovisiesongfestivalwinnares in 1996.
Een ‘evergreen’ (toepasselijke benaming voor een liedje dat zich afspeelt tegen het decor van de wisselende seizoenen), een publiekslieveling, die van de fans van Will Tura  telkens ‘a new lease on life’ krijgt. Maar genoeg Engels gebruikt om te imponeren. Over naar Duits.

‘Geef de kinderen de wereld’, volgens Dana Winners biografie, haar grootste hit. Nochtans niet een liedje waar ik per se geweldig fier op ben. Een vertaling van een Duits nummer ‘Nimm noch einmal die Gitarre’ - nu ja, vertaling, een compleet nieuwe tekst gewoon (het liedje zou in Duitsland een tweede leven krijgen, deze keer vertaald uit het Nederlands, als ‘Gebt den Kindern eine Welt’, ‘nemen en geven’, zeg maar).
Op vraag van Dana’s producer heb ik mijn tekst die aanvankelijk niet eens zo slecht was, tien keer herschreven waarbij hij elke keer kleffer werd (de tekst en de producer): ‘Probeer nog wat commerciëler te zijn’. Dat is in elk geval gelukt. Zeker één van de redenen waarom ik opgehouden ben op bestelling te werken.
Samen met John Terra schreef ik een paar liedjes voor Dana Winner die wél het beluisteren waard zijn, als ‘Dief in de nacht’, ‘In alle dingen zie ik jou’ en ‘Risico’s’.

‘Praten in je slaap’. Erik Van Neygen liet me een countrysong horen, ik weet niet meer van wie, en wilde een tekst in die sfeer. Als ik die  nu  beluister heeft m’n tekst toch duidelijk de Le Compte-toets, dus in  hoeverre ik in m’n opdracht slaagde, weet ik ook niet. De muziek is van Erik zelf, die dan wel weer goed naar Springsteens ‘I’m on fire’ had geluisterd. Dat belet niet dat de deun al eens gedraaid wordt in ‘De Pré Historie’ en dat het liedje gecoverd is door Eriks en Sannes dochter, Maartje.
Ik schreef méér samen met Erik, véél meer zelfs. Hits, ‘De herinnering blijft’, ‘Vanavond schrijf ik jou een brief’, ‘Dans met mij door de nacht’ en, neen, niet ‘Veel te mooi, maar wel de b-kant van de single, m’n grootste financiële succes tot hiertoe maar een liedje dat verder niemand kent. De wondere wegen van het auteursrecht.

Buitenlandse successen, naast de Duitse vertaling van ‘Geef de kinderen de wereld’? Een - eveneens Duitse - vertaling van ‘De bodem van de zee’, een liedje door Kris de Bruyne op tekst van mijzelf. Brak in Duitsland echter geen potten.
Een paar liedjes geschreven in samenwerking met - weeral - John Terra belandden op een cd van de Zuid-Afrikaanse Rina Hugo, een grote ster aldaar, vertelde ik er altijd bij, maar nu heb ik het eens gegoogeld en het blijkt wel degelijk zo te zijn. Dit keer vertaalde dat zich niet in royalties.

Ondanks m’n werk als tekstschrijver, dat niet altijd onsuccesvol was, ben ik toch in de eerste plaats liedjesschrijver, dat wil zeggen, ik schrijf tekst én muziek. En ik zou niet echt succesvol zijn, ook als componist, als men toch niet minstens één keer leentjebuur had gespeeld bij mij. Mijn ‘De trein gemist’ dat ik voor het eerst bracht in het tv-programma ‘Met Mike in zee’, in 1985, echode in 1995 na in ‘Les yeux de ma mère’ van Arno. De componist van Arno’s chanson was een medeleerling van me, toen ik begin jaren ’80 klassieke gitaar studeerde in Gent.

De trein gemist, gezonden door Jeroen Le Compte in het TV-programma van 1985 "Met Mike in zee"


Johan Verminnen kent u zeker, Günther Neefs, Kathy Lindekens, Wendy Van Wanten of Luc Steeno, die namen zeggen u misschien nog iets maar of u gehoord heeft van Gino Verano, Ricky Allen, Sammy Baker, Salim Seghers, Toni Servi, Martine Foubert, Mieke, Petra, Célou, Sylviane of Lisa del Bo, en Hans Habils of Frank Cools is nog zeer de vraag. Misschien geen impressionante ‘namesdropping’, maar ze zongen allen liedjes of liedjesteksten van mij.

In dezelfde periode dat ik zo druk bezig was mezelf te bevestigen,  schreef ik ook nog een roman, ‘Vuile handen’, waarvan ik zelf geen exemplaar bezit en die ik overigens toch niet meer zou durven lezen uit schrik bevestigd te zien dat hij zo slecht is als ik vermoed.
Nog twee vroegtijdig aan hun lot overgelaten romans (waarvan één in versvorm, ik lieg niet), een onvoltooide musical over James Ensor (weeral niet verzonnen) en massa’s liedjes, in opdracht geschreven, die het nooit tot plaatopname brachten, ik moet het papierspoor ooit terug volgen en de boel uitwieden.

Toen het later wat minder hoefde en ik weer liedjes ging schrijven voor niemand in het biezonder maar wel omdat ze eruit wilden, bundelde ik het resultaat in drie boekdelen, ‘Blueskaai/Blue sky’, ‘Luchtlijnen (liedjes met gevonden woorden)’ en, recent, ‘Gij zijt goed! (het beste van - bijna - vijftig jaar liedjesschrijven)’.
En dat is mooi natuurlijk. Maar die liedjes (tekst en muziek Jeroen Le Compte) zijn gemaakt om gezongen te worden en op een handvol demo’s, proefopnamen, na waarop ik ze zelf zing, is dat niet gebeurd. Betreur ik dat? Ja, zeker zou ik het geweldig gevonden hebben als Jan De Wilde of Raymond van het Groenewoud een aantal ervan hadden opgenomen.
Zelf opnemen, hoewel ik vind dat sommige van die demo’s best gehoord mogen worden, heb ik altijd met lange tanden gedaan. Ik vind het niet erg om een maand of langer aan een liedje te zitten priegelen maar het geduld om het afgewerkte liedje meer dan twee keer na elkaar te zingen, kan ik dan weer niet opbrengen. Want ik zit alweer met een nieuw idee in m’n hoofd.

Is het verhaal daarmee afgelopen? Ik moge hopen van niet. De techniek die voor niets staat, maakt het tegenwoordig mogelijk veel directer op te nemen zonder dagen te moeten kamperen in een geluidsstudio. Zo komt het er misschien toch nog van m’n liedjes aan het vinyl toe te vertrouwen, een aantal van die liedjes waar ik best wel trots op ben, als ‘Parallel universum’, ‘Getooid en opgetuigd (om nergens te gaan)’, ‘Als je niet meer van de sneeuw houdt’, ‘Geen Mona Lisa’, ‘Citroen aan de hemel’, ‘Gare du Nord’ of  ‘Waar is mijn gitaar’. Men vindt ze alvast terug in m’n laatste boek dat ongeveer iedereen die ik ken reeds heeft gekregen, gratis en voor niets - een commercieel genie zal ik wel nooit worden.
Is het liedje daarmee uit? Nee, want intussen heb ik er al weer zoveel nieuwe geschreven. En zelfs als ik zelf niets meer kon verzinnen is de opvolging verzekerd, en hoe. Dochter Delphine Lecompte scheert de hoogste poëtische toppen (de Parnassus moet dat dan zijn). Maar dat is hààr verhaal en haar eigen verdienste. Wat niet belet dat een vader fier mag zijn, zoals ik fier ben op alle dochters in m’n leven.
Aldus besluit een oude jongeman van 61 jaar en ½ (en een beetje).

Gent, 1 december 2016