Home Demograaf Complete Le Compte Blueskaai Luchtlijnen SchipbreukElenoortje Cemp Waar is mijn gitaar? Coördinaten


Demograaf




M'n liedjes hebben soms een lang en hobbelig parcours afgelegd voor ikzelf ze uiteindelijk kon afleggen. Melodieën en tekstideeën zwerven vaak jaren rond voor ze in een sluitend geheel samenkomen en méér worden dan de som van de delen. Soms dacht ik te vlug dat een liedje z'n definitieve vorm had gevonden en legde ik het vast in een proefopname, een 'demo', om achteraf te moeten constateren dat het z'n reis nog niet voltooid had. Die tekstflarden, rondzwevende muziekjes en voorbarige demo's noem ik de humus waarin m'n huidige liedjes wortel schieten. Echo's van de opnames duiken als tekst- of muziekfragment op in o.m. 'Het mooiste geschenk', 'Kaartjes schrijven', 'Getooid en opgetuigd', 'Lapwerk', 'Ik kan wel dansen', 'Als ik van jou was', 'Geen Mona Lisa' of 'Waar is mijn gitaar' (dat z'n leven begon als 'Morgen is het feest'). 'Gare du Nord' is als enige liedje nagenoeg onveranderd gebleven.

Maar laat me u gewoon door enkele liedjes loodsen.
Het parlando in 'Gare du Nord'zou ik nu achterwege laten. Het liedje laat zich onderverdelen in blokjes van telkens acht maten.

Bm              |Bm             |D                |D                |

C                 |F#7            |Bm             |Bm             | x2

Bm              |Bm             |C                |C                |

C#7  F#7    |B7   E7      |A G#7 C#7          |F#              ||

Bm              |Bm             |B7              |E                |

Em              |C#dim        |F#7            Bm              ||

De ‘intro’ komt verderop in het liedje terug en heb ik hier niet nog eens apart genoteerd.

GARE DU NORD

Je t’ai vue
je t’ai plu
un touriste à Paris
café crème
et je t’aime
et tu m’as tout appris
tout fait voir
et le soir
en grimpant les étages
tu m’as dit
‘c’est promis
c’est promis d’être sage?’
          Mais comme tu
          étais nue
          et le lit
          trop petit
          qui était si petit.
Je ne t’ai
plus quittée
nous voilà
tous les trois
toi et moi
et Paris
prononcez ‘paradis’.

Tout se passe
en l’espace
infini de trois jours
j’étais fou
c’était tout
ça sonnait comme ‘toujours’
le ciel gris
de Paris
pour moi n’existait plus
tout au cours
de ces jours
et pourtant il a plu.
          C’était sans
          importance
          je t’aimais
          à jamais
          à jamais, ah oui mais.
Je ne t’ai
plus quittée
nous voilà
tous les trois
toi et moi
et Paris
prononcez ‘paradis’.

Je t’ai vue
je t’ai plu
un touriste à Paris
café crème
et je t’aime
et tu m’as tout appris.
          Maar ik miste
          de les
          dat verdriet
          toch verdriet blijft
          al heet het ‘tristesse’.
Gare du Nord
mille remords
pour un mot, un regard
je te suis
tu souris
et c’est l’heure du départ
tu souris
et tant pis
à la gare comme à la gare.

 

'Blauw hart' Dat heb ik met ‘Als ik van jou was’ anders proberen te doen.

De akkoorden zijn eenvoudig genoeg:

D       A       G, een paar keer

G       F#7   Bm

en nog eens
D       A       G.

ALS IK VAN JOU WAS

Geen regen meer
          als ik van jou was
geen kloteweer
          als ik van jou was
geen nacht en ontij en geen kou
zoveel is zeker: ik ben niet van jou.

Geen goeroes meer
          als ik van jou was
geen Lieveheer
          als ik van jou was
alleen de hemel
puur en blauw
zoveel is zeker: ik ben niet van jou.

Geen blunders meer
          als ik van jou was
geen ‘excuseer’
          als ik van jou was
geen boos geroep en geen gejouw
zoveel is zeker: ik ben niet van jou.

Geen bazen meer
          als ik van jou was
geen ‘ja, mijnheer’
          als ik van jou was
en iedereen deed wat hij wou
zoveel is zeker: ik ben niet van jou.

Geen tandpijn meer
          als ik van jou was
geen beetje zeer
          als ik van jou was
geen dood of ziekte en geen rouw
zoveel is zeker: ik ben niet van jou.

Geen ontrouw meer
          als ik van jou was
de laatste keer
          als ik van jou was
geen spijt of wroeging, geen berouw
want elke man hield van z’n vrouw
en elke vrouw hield van haar man
ik ben jouw man niet, zeg je dan.

 

'De trein gemist' betekende m’n eerste en enige televisieoptreden (als liedjeszanger toch). Het jaar was 1985, de gelegenheid, het TV-programma ‘Met Mike in zee’. VTM bestond nog niet en ik was een heel ernstige, zwaarmoedige jongen, zoals uit deze opname mag blijken.

Voor ‘September is getemperd licht’ heb ik ook het gitaarlijntje in de melodie geïncorporeerd. Het instrumentale tussenstuk liet ik vallen en het mag allemaal wat luchtiger en minder gezwollen. Het lijntje in de bovenstem van de begeleiding mag wel blijven:

b        b        c        b,       b        b        c        b,

b        b        c        b        a        enz.,

dat is makkelijk in de akkoorden te verwerken, die weer heel eenvoudig zijn.

Em              |B                |Dm6           |A                |

Am             |Em             |C#dim F#7 |B7              |

SEPTEMBER IS GETEMPERD LICHT

Bij iedereen geliefd, zijn
          mensen die verliefd zijn
          liefdes in de lift zijn mooi
de lift is nog geen kooi
op lust rust geen octrooi.

De kussen nog al dente
          jij, die dissidente
          die kordaat de lente kaapt
niet jij die zonlicht koopt
of om brochures loopt.

Museumpje bezoeken
          snuisteren in boeken
          broeken kopen, roekeloos
en wie die – nog een doos
of drie – die schoenen koos.

Terrasje, mini, mini
          pasta, capellini
          strekt zich de midi niet uit
de stad beneden kruidt
met zomers bijgeluid.

Dat ík weer alles nat druip
          als ik ook in bad kruip
          als ik in de badkuip plens
wie gilde ‘alle hens’
m’n tenenwerk intens.

De nachtelijke ruzies
          ouzo-roes, de fusies
          leggen we de uzi’s neer
geen fusillades meer
verander van geweer.

Wil jij wel, lepel, lepel
          toch maar tepel, tepel
          weet je waar de klepel hangt
en ook nog hoe je ’m vangt
stel dat je dat verlangt.

Bestemming Mount Rush-no-more
          duinkam komt in chromo
          out je ook als dromomaan
’t is goed met twee voortaan
de vloedlijn af te gaan.

Het kussen nu gedempter
          kustplaats in september
          op het bed getemperd licht
het is nog steeds geen plicht
maar blij dat jij hier ligt.

 

Van de tekst van 'Morgen is het feest'; is nog een vage echo te horen in ‘Waar is mijn gitaar’ (in de laatste strofe).

De akkoorden:

A                |                  |F#m           |                  |

C#m            |Bm7           |                  |E                |                  |2x

D                |                  |C#m           |                  |

Bm7            |                  |D                |E                |

Gadd9         |Gmaj7        |Bm7           |                  |

E                 |                  ||

WAAR IS MIJN GITAAR

Waar is mijn gitaar
hoewel ze hout en ijzer is
zat toch m’n liedje daar
m’n liedje dat gegijzeld is
het vliegveld heeft m’n gitaar
of is ze nu al ik weet niet waar
en is m’n liedje voor altijd weg met haar?

En waar is m’n groep
die speelbal van de ijzel werd
zoek maar een nieuw beroep
m’n liedje dat oud ijzer werd
de band zit vast in de sneeuw
verwacht geen hulpploeg de eerste eeuw
en is m’n liedje alleen nog ver geschreeuw?

Hoe hard waait de wind
hier waart alleen de grizzly rond
een liedje dat ik vind
ik draai het als een kiezel rond
een stem die schuurt en niets meer
zo rolt een liedje toch altijd weer
ga rustig slapen, ik ben jouw teddybeer.

 

'Linde' is herschreven tot ‘Geen Mona Lisa’ maar de geest van de oorspronkelijke versie is bewaard gebleven.
De akkoorden lijken op papier misschien moeilijk maar met wat zoeken zijn ze met heel eenvoudige grepen en weinig beweging van de linkerhand te nemen (en u begrijpt wel wat hier het herstellingsteken moet voorstellen).

Bm              Am7           Gmaj7         |F#7            |

F§maj7       E7(b9)        A6              |D6/9           |
                                    G                 F#

Gmaj7         A6/9           D6              |C#7            |

1)
F#7             G7              G#dim        /         |E5+            E       | 2x

2)
F#7             G7              F#7 5+        |Bm             ||

Am             G                F#m            /         |

Am             G                F#7             |Bm             |

De strofen komen in paren.
De eerste strofe van elk paar eindigt als volgt:

#c      |#c d e         d c B           §f                f e d   |§c   B

en dat is anders dan op de demo van ‘Linde’ (er is ook een extra tijd, de eerste §f duurt een volledige tel).

De herhaling eindigt zo:

#c      |#c d e         d c B           #A d #A      |#c   B

(zoals op de demo).

GEEN MONA LISA

Rook maar, Amadeus, en rijmen dat kon ik
vooral op Mateus rosé en gin tonic
maar dan word je wakker, je muze heeft stoflong
ze zegden ‘die stakker schrijft nooit, nooit nog een lovesong’.

Jij was geen orakel, je wou voor me duimen
ik zou het obstakel toch zelf moeten ruimen
maar jij stond te zingen, ik hoorde je douchen
en ik stond te springen om jou te producen.

 

Geen ‘quatre garçons dans le vent’ maar warempel
één mauvais garçon in de wind op je drempel
of hoe ik kwatongen hun mening bevestig
ze zegden ‘die jongen wordt nooit, nooit vierenzestig’.

Jij hield geen betoog, je had lak aan bewijslast
stond mee aan de toog en je wees me de ijskast
als iemand die kruisweg moest afgaan was ík het
maar zo ver van huis weg had ik nog je ticket.

 

Ik zei ‘blijf bij mij, laat me eens je gezel zijn’
‘of gesel’, zei jij, ‘jailhouse rock zou het snel zijn,
alleen wie eerst zelf is en vrij kan zich binden’
ze zegden ‘die Elvis zal nooit, nooit iemand vinden’.

Jij gaf voor je hart niet aan iedereen visa
en niks Mata Hari of geen Mona Lisa
maar iemand behoren, alsof we dat konden
we zijn soms verloren, we worden gevonden.

 

'Lijf aan lijf gevecht' is muzikaal wat meer bewerkt voor het ‘Lapwerk’ werd.
Eerst zeggen dat ik hier voor het gemak noteer in Dmin, daar waar de demo in C#min is opgenomen.
Ik nam de chromatische bovenstem in de begeleiding van ‘Lijf aan lijf’ (tot aan het instrumentale tussenstuk), verdubbelde het tempo en varieerde hier en daar. Dat gaf deze melodie voor de strofen van ‘Lapwerk’:

          bb a   #g a   (b)b a             |e g    a g     e f      g f             |

a       c1 b   bb g   (b)b a              |g f     a g     e g     a f             |

d       a g     #f g    a g                |e §f   g f      e f      e d            |d      

Vierkwartsmaat, eerste tijd rust, nadien achtste noten maar met een ‘swinggevoel’ (of een trioolgevoel: een vierde en een achtste voor elke kwart-tel).

Het akkoordenschema van de strofen is in wezen eenvoudig (er komen wel gewijzigde tonen in de akkoorden voor, ik duid ze hier niet apart aan omdat ze gewoon de melodie volgen):

Dm                                 |Gm   /         /         A7(b9)        |

Dm                                 |Gm   /         /         A7              |

Dm    Gm    /         /         |Dm   Gm    A7     Dm              |Dm

Voor het tussenstuk van ‘Lapwerk’ (‘En jij met hoekjes eraf…’) gebruikte ik de onveranderde melodie van het instrumentale intermezzo in ‘Lijf aan lijf’ (gespeeld door het nep-blaasinstrument). In de begeleiding zit opnieuw de chromatische bovenstem, nu in het oorspronkelijke tempo van kwartnoten.

Dm             Dm5+         Dm             Dm5-          |

Dm             Dm5+         Dm             Dm5+ add9 |

Gm             Gm add9     Gm6           Gdim          |

Gm             Gm add9     Gm6           A7              |

Dm

LAPWERK

Kun je kleven
geef nieuw leven
aan het kopje dat je plakt
vloeitje redt je
sigaretje
als het laatste is geknakt
en die dichting
die niet dichtging
gele gummi vinger pakt.

Paraplupal
is die nu al
stuk, een muntje in de keep
als je stofzuigt
maar alsof zuigt
lap die lekke slang met tape
wijn zo lekker
maar geen trekker
oogvijs en een stok als greep.

Elastiekjes
voor muziekjes
ik speel aardig rekgitaar
met m’n woordjes
net als koordjes
rafeleindjes aan elkaar
qua versterking
is de werking
van m’n badkuip wonderbaar.

          En jij, met hoekjes eraf
          maar jou dan opkalefateren
          zou alle charme verwateren
          jouw craquelé is geen straf.

Drie keer trouwen
dikke touwen
weet op voorhand wat je koopt
dure eden
sloten smeden
ijzersterk, wordt nooit gesloopt
dat is knap werk
maar m’n lapwerk
houdt soms langer, onverhoopt.

 

'Alles is anders' werd ‘Getooid en opgetuigd’. De melodie die ik in ‘Alles is anders’ naar het einde toe met enkele kunstgrepen afraffelde, heb ik hier een heus slot gegeven. Dat betekent dat de laatste vier maten gewijzigd zijn, zowel wat zanglijn als wat akkoorden betreft. Ik geef eerst de akkoorden :

E                 A6/9           |F#m7         B9               |

E                 A6/9           |F#m7         B9     E9     |

Amaj7         B6               |G#m7(b5)  C#7   F#m7 |

B7               Am             |Am   B7(b9)E               |

B7               A                |E                                   ||

Vervolgens de melodie, de laatste vier maten, in achtsten, en heel geschematiseerd weergegeven (weer met dat ‘swinggevoel’ of als triolen van een vierde en een achtste noot per kwart-tel):

   b     b b     c1 b   a        |e1 e   c1 b   b #g   g g     |

a #g   #f e    e e     e e     |e

een achtste rust om te beginnen, de ‘c’ is hersteld. De tekst is als volgt over de maten gespreid :

| tot daar m’n dro-o-men                   | zie me nu staan, getooid en    |

opgetuigd om nergens te ga-    | -an.                                        |

GETOOID EN OPGETUIGD (om nergens te gaan)

In volle daglicht ben ik er gekomen
ik heb de macht er niet overgenomen
ik zocht geen rijkdom maar een makker of drie
tot daar m’n dromen – zie me nu staan
getooid en opgetuigd om nergens te gaan.

Ik heb de spreektaal geleerd in de straten
ze zijn heel anders beginnen te praten
ik kreeg die woorden toch nooit onder de knie
dat daargelaten – zie me nu staan
getooid en opgetuigd om nergens te gaan.

Ik heb geluisterd naar al hun verhalen
ze lieten mij m’n one-liners herhalen
dat was dan lollig maar de vraag is voor wie
in duizend talen zwijg ik voortaan –
getooid en opgetuigd om nergens te gaan.

Ik heb op ieders gezondheid geklonken
ze klonken aardig zolang werd geschonken
toen alles op was had ik geen compagnie
en geen gezondheid – zie me nu staan
getooid en opgetuigd om nergens te gaan.

Ik heb een hoop invitaties geschreven
maar iedereen is gewoon weggebleven
er was dat feestje en daar kwam die en die
dat is het leven – zie me nu staan
getooid en opgetuigd om nergens te gaan.

Ik heb gebogen, ik heb leren dansen
ze zijn zich gauw met hun vrouw gaan verschansen
en stuurden dochters op vakantie, op ski
zover m’n kansen – zie me nu staan
getooid en opgetuigd om nergens te gaan.

Ik heb gezocht op de bel naar hun namen
het licht ging uit en ze sloten de ramen
en de conciërge greep al naar z’n kepie
maar allen samen – zie me nu staan
getooid en opgetuigd om nergens te gaan.

Niet als een dief in de nacht om te stelen
ik was gekomen om met hen te spelen
maar solitaire la en monopoly si
een huis verspelen heb ik gedaan
en of het dooit of niet de kerstboom moet gaan.

De overige zeven liedjes zijn muzikaal te zeer veranderd om ze uit te leggen aan de hand van deze demo’s (of ik was ook over de nieuwe woorden nog niet helemaal tevreden).

 

Tenslotte: ik geef alle akkoorden hierboven met het grootst mogelijke voorbehoud, ik ben geen gitarist, ik zou mezelf amper een muzikant durven noemen (en al evenmin een zanger).
Ben ik dan een dichter? Neen hoor, helemaal niet, zelfs geen tekstschrijver. Een liedjesmaker ben ik wel en het hart van een liedje is voor mij de melodie.
De akkoorden, de begeleiding zijn één manier om de melodie in de verf te zetten, een manier waar ik met steeds grotere schroom een beroep op doe omdat ik toch gefrustreerd achterblijf: er zijn zoveel mogelijkheden en ik krijg het gevoel dat de beste oplossingen me steeds blijven ontsnappen.
De woorden, of beter de klanken die de melodie dragen zijn een andere manier om haar te dienen en met woorden ben ik iets beter dan met akkoorden, denk ik toch zelf.